Hypotheekwoordenboek
Alle hypotheekbegrippen duidelijk uitgelegd. Van annuïtair tot WOZ-waarde — alles wat u moet weten als huizenkoper.
Overzicht
21 begrippen in 5 categorieën. Klik op een term voor de volledige uitleg.
Kosten
Overdrachtsbelasting
Belasting die u betaalt bij de aankoop van een woning — 2% voor reguliere kopers, 0% voor starters onder 35.
Kosten koper (k.k.)
De bijkomende kosten bij aankoop van een woning: overdrachtsbelasting, notariskosten en makelaarskosten.
Boeterente
Een vergoeding die u aan de bank betaalt als u uw hypotheek eerder of meer aflost dan contractueel afgesproken.
Hypotheekvormen
Annuïtaire hypotheek
Een hypotheekvorm waarbij u elke maand een vast bedrag betaalt, bestaande uit rente en aflossing.
Lineaire hypotheek
Een hypotheekvorm waarbij u elke maand een vast bedrag aflost, waardoor de maandlast elk jaar daalt.
Aflossingsvrije hypotheek
Een hypotheekvorm waarbij u alleen rente betaalt — de schuld blijft gelijk gedurende de looptijd.
Oversluiten
Het afsluiten van een nieuwe hypotheek bij een andere geldverstrekker om te profiteren van een lagere rente.
Verduurzamingshypotheek
Een extra hypotheek boven 100% LTV voor energiebesparende maatregelen zoals zonnepanelen en isolatie.
Opeethypotheek
Een hypotheek voor senioren waarmee u de overwaarde van uw woning kunt opnemen zonder de woning te verkopen.
Regelgeving & Belasting
NHG — Nationale Hypotheek Garantie
Een overheidsgarantie die u beschermt bij gedwongen verkoop en waarmee u een lagere hypotheekrente krijgt.
Hypotheekrenteaftrek
Het belastingvoordeel waarbij u de betaalde hypotheekrente mag aftrekken van uw belastbaar inkomen.
Eigenwoningforfait
Een fictief inkomen dat u bij uw belastbaar inkomen moet tellen als u een eigen woning heeft.
WOZ-waarde
De officiële waarde van uw woning die de gemeente jaarlijks vaststelt voor belastingdoeleinden.
NHG-grens
De maximale woningwaarde waarvoor u in aanmerking komt voor Nationale Hypotheek Garantie — €405.000 in 2026.
Startersvrijstelling
Vrijstelling van overdrachtsbelasting voor kopers onder de 35 jaar die een woning kopen tot €510.000 (2026).
Berekeningen
LTV — Loan-to-Value
De verhouding tussen uw hypotheekbedrag en de waarde van de woning, uitgedrukt in een percentage.
Overwaarde
Het verschil tussen de marktwaarde van uw woning en uw resterende hypotheekschuld.
Taxatiewaarde
De marktwaarde van een woning zoals vastgesteld door een gecertificeerde taxateur.
Maandlast
Het totaalbedrag dat u maandelijks betaalt voor uw hypotheek, inclusief rente en aflossing.
Maximale hypotheek
Het hoogste bedrag dat u kunt lenen voor een hypotheek, gebaseerd op uw inkomen en de woningwaarde.